zaterdag 24 april 2010

Gelezen: 'Mysteriën' van Knut Hamsun


Een van de meest foute dingen die je als schrijver kan doen, is ongetwijfeld je Nobelprijs-medaille wegschenken aan een kopstuk van het Derde Rijk. Dat is echter precies wat Knut Hamsun in 1943 deed, en dat is meteen ook de reden waarom u vermoedelijk nog nooit van deze Noor hebt gehoord.

Onterecht, zo dachten ze vorig jaar bij uitgeverij De Geus. Meteen werden twee van Hamsuns boeken opnieuw vertaald, Pan en Mysteriën. Na het lezen van dat laatste moeten we ze daar bij De Geus gelijk geven: dit is inderdaad van een literair niveau om ú tegen te zeggen. Grote bewondering hoort daarbij ook uit te gaan naar het puike vertaalwerk van Marianne Molenaar. Hoewel Mysteriën geschreven werd in 1892(!), slaagt zij erin het boek erg hedendaags te doen aanvoelen. Nergens struikel je als lezer over die afstand van bijna 120 jaar, integendeel. Het trage, diepzinnige proza zuigt je zo het oude Noorse stadsleven in.

Want daar draait het allemaal om in Mysteriën, om dat “normale” stadsleven. Het verhaal is dat van Johan Nilsen Nagel, een excentrieke vreemdeling die op een blauwe maandag neerstrijkt in een doordeweeks kustplaatsje en geen ander doel lijkt te hebben dan daar eens flink wat ophef te maken. Het boek steunt dan ook niet op een complexe plot, maar wel op de fantastische manier waarop Nagel en de figuren rond hem vorm krijgen en tegen elkaar worden uitgespeeld.

Een goed boek van een foute man dus? Luister zeker ook eens naar wat ze bij het NRC Handelsblad over Mysteriën te zeggen hebben:



Wij willen niet noodzakelijk dezelfde conclusies trekken, maar laten liever de schrijver zelf aan het woord wanneer die Nagel laat antwoorden op de vraag wat hij van Tolstoj vindt:

‘Van hem vind ik niks,’ antwoordde hij prompt en hapte direct. ‘Ik vind wat van Anna Karenina en Oorlog en vrede en …’
Zo doet Hamsun eigenlijk ook helemaal niet ter zake wanneer het over Mysteriën gaat. Dit is gewoon een geweldig boek, punt uit.

Geen opmerkingen :