woensdag 19 januari 2011

Gelezen: ‘Kill your friends’ van John Niven


'Girlpower. Doe me een plezier, godsamme. Hoewel, de komende jaren zal een stel van deze hoeren succes gaan boeken. Geen twijfel mogelijk. Als je iets leert in de business van waardeloze rotzooi aan het Grote Britse Publiek verkopen is dat ze werkelijk alles slikken. Rotvoedsel, rot-tv, rotbands, rotfilms, rotwoningen. De grootst mogelijke troep gaat gewoon naar binnen. Hoe waardelozer je het maakt – een slap aftreksel van een slap aftreksel van wat sowieso al een waardeloos idee was – hoe gretiger ze het met een paplepel naar binnen werken, van de vroege avond tot de late avond, tot in de eeuwigheid. Het is te lekker.'

Kill your friends, de debuutroman van de Britse auteur John Niven wordt op de kaft voorgesteld als een ‘zwarte komedie over de muziekindustrie’, een vlag die de lading in dit geval op overweldigende wijze dekt. Steven Stelfox heeft er als A&R-manager bij een platenfirma een succesvolle carrière opzitten. A&R staat voor 'artist and repertoire', een  job die in theorie bestaat uit het ontdekken en begeleiden van nieuw talent. In de praktijk is het echter al seks en drugs en…. ‘rock and roll’? Nee, de muziek dient enkel als alibi om zoveel mogelijk poen te scheppen. ‘Grote vette hits’ moeten de boel draaiend houden. De vinger op de pols houdt Steven door snel even wat hitlijsten door te nemen en af en toe van de pornokanalen weg te zappen naar MTV of VH1.

'Een hit die elke achterbuurtschlemiel, kakker, zwerver, bal, oma en foetus van het land de komende maanden meezingt.'

We zitten ondertussen diep in de jaren negentig - 1997 om precies te zijn - en het tij lijkt voor Steven te keren. Successen blijven uit, andere A&R managers passeren hem (puur geluk, want het zijn allemaal even grote ‘nitwits’). Steven Stelfox ontpopt zich in dit klimaat als een gestoorde schurk die alles en iedereen hartgrondig haat, waardoor een moord meer of minder er verder niet toedoet. De wereld van decadente feestjes en exclusieve muziekbeurzen vol coke en loslopende scharrels waarop hij zijn lusten kan botvieren is de enige die hem kan bekoren en dat zal de lezer van dit boekje geweten hebben! Op elke bladzijde wordt er minstens iets of iemand afgezeikt (sorry voor het aangepast taalgebruik), gesnoven, gevloekt of gerampetampt. Voor sommige lezers zijn deze vulgariteiten waarschijnlijk van het goede teveel. Vooral de vrouwen moeten er regelmatig aan geloven. Zouden Debbie Harry (Blondie), Cher of Geri Halliwell kunnen lachen met de rol die ze hier toebedeeld krijgen?

'Cher …als ze zeventig is? Die nog probeert mee te komen door met haar neptieten te schudden? Met een enorme uitgelubberde kut? En een gezicht als een emmer gesmolten cement? Rot toch op.’

Er figureren nog meer ‘echte’ artiesten, bekende namen maar ook obscure bandjes die het volgens deze of gene in de branche helemaal gaan maken. Steven houdt zich bezig met ‘The Songbirds’, een derderangs doorslagje van the Spice girls, waarvan met behulp van echte songschrijvers, studiomuzikanten, stylisten, visagisten, dansleraars en persmensen misschien nog iets te maken valt.

'Ze zijn allemaal tussen de zeventien en de twintig, allemaal lekker... maar wel met die ordinaire stoephoerlook. Het zijn genetische tijdbommen, DNA-Semtex. Op hun zevenentwintigste verjaardag zullen ze in gedrochten exploderen.'

Woodham, de inspecteur die Steven à la Columbo blijft lastigvallen na één van zijn moorden is gelukkig zelf een ‘would be’ popster, gemakkelijk te paaien dus met een waardeloos contract.

'Een minpuntje is natuurlijk wel dat ik vervolgens naar de ongelooflijke hoeveelheid lulkoek moet luisteren die deze sufkut spuit: ...dat zijn - inmiddels overleden - vader zijn drang om muziek te maken nooit heeft begrepen. "Hij vond het tijdverspilling," zegt Woodham triest, en opeens word ik overvallen door een grote genegenheid voor zijn vader, voor de oude Woodham, die zo verstandig was om zijn nietsnut van een zoon te vertellen wat ze eigenlijk allemaal te horen moeten krijgen: "Zoek toch een baan, stomme eikel." '

De manier waarop Steven op het eind een constructie in elkaar zet om wraak te nemen op alle hinderlijke individuen uit zijn directe omgeving is subliem maar ook heel ‘over the top’. Ook de strategie om van de agressieve en geldverslindende rapper Rage ondanks alle tegenslag toch een succesnummer te maken is grandioos, hoewel ver de schaamte voorbij.

Alles bij elkaar wordt in ‘kill your friends’ de Britse muziekindustrie flink te kakken gezet door een insider, want John Niven was zelf tien jaar werkzaam als A&R manager. Als slechts 10 % van het wereldje dat hier beschreven wordt strookt met de werkelijkheid, dan nog blijft het hallucinant. We kunnen stellen dat het gelukkig gaat om een tijdperk dat voorbij is, hoewel niemand op dat moment kon vermoeden dat de hele muziekindustrie kort daarna volledig op apegapen zou gaan liggen dankzij het internet.

Kortom: hoewel bij momenten afstompend in zijn volgehouden ranzigheid vond ik Kill your friends een heel vermakelijke roman. Hieronder een interview met de auteur, waarin hij het ook heeft over zijn volgende boek ‘the amateurs’.

Geen opmerkingen :