donderdag 4 augustus 2011

Zomerse wereldmuziek uit België

De zomer is misschien op vakantie, maar aan zomerse muziekjes hebben we duidelijk geen tekort in onze bib. Vandaag vestigen we jullie aandacht op vier recente wereldmuziekalbums van Belgische bodem.

'Présente' / Los Callejeros

Los Callejeros (de straatmuzikanten) is een groep uit het Leuvense. Wereldverbeteraars à la Manu Chao die mij met hun eerste cd ‘El Camino Es El Destino’ aangenaam verrasten. Een mix van latin, klezmer, cumbia, reggae, ska, gipsy, Balkan en van alles ertussenin, maar zonder de opgepepte feestclichés waarin op papier vergelijkbare festivalgroepjes grossieren. Hun tweede album ‘Présente’ zit opnieuw in een prachtig, tot de verbeelding sprekend hoesje en we krijgen wederom een collectie knappe liedjes voorgeschoteld. De drie aanstekelijke openers ‘Encuentro’, ‘La Mula’ en ‘Chicha Patchanka’ zouden zo uit een topalbum van Manu Chao afkomstig kunnen zijn, inclusief de radio effectjes (Radio Charango). Gelukkig tapt Los Callejeros niet alleen uit het Manu Chao vaatje. Zo zoeken ze in ‘Amourouse’, dat volledig in het Frans gezongen wordt, meer het sfeertje op van bijvoorbeeld Jaune Toujours. Een andere troef is de gevarieerde instrumentatie met Cubaanse tres, accordeon, charango, balafon, sitar, duduk, ocarina, Afrikaanse percussie en noem maar op. Op het tweede deel van de cd verkent de groep enkele nieuwe horizonten. Eerst was het voor mij wel even schrikken bij het ondermaatse ‘Let’s go Banananas’, een genante ‘Madness meets VOF De Kunst’ pastiche die het beslist goed zal doen op een bepaald soort van bonte avonden met veel bier, waarvan ik liever ver uit de buurt blijf. Maar ‘Zouk’ swingt lekker tropisch weg, in ‘Caravan Seraï' horen we een eclectische versmelting van een door de blazers aangestuurde Balkanmelodie, gekruid met Indische ritmiek in een jazzy aanpak. Op ‘Nifuna Ndoni' (waarop 26 talen te horen zouden zijn) bieden enkele leden van het Portugese collectief Terrakota ondersteuning. Daarna hebben we nog het mooie ‘Imada’ tegoed, een ballad die baadt in Afropop met Andesinvloeden, gevolgd door ‘Telemurga’ (feestelijke cumbia/klezmer) om te eindigen met ‘Dimelo’ en dat is helemaal old-style Cubaanse son. Met ‘Présente!’ als visitekaartje tonen de jongens van Los Callejeros dat ze voldoende potentieel in huis hebben voor de grote doorbraak. Hun ijzersterke live reputatie zal hen daarbij zeker helpen. Bekijk hieronder de videoclip van ‘Encuentro’ (unplugged!). Op het Youtube kanaal van Los Callejeros valt nog veel meer moois te rapen!




'Chemsi' / Hijaz

Onder de naam Hijaz werkt de Tunesische udspeler Moufadhel Adhoum -bij mij vooral bekend omwille van zijn samenwerking met zangeres Ghalia Benali - sinds 2004 samen met de Grieks-Belgische pianist Niko Deman. Een vreemde dialoog tussen het grootste instrument van de Westerse muziektraditie en het snaarinstrument dat symbool staat voor het Midden-Oosten. Maar ondersteund door de Marokkaanse percussionist Azzedine Jazouli, de Belgische jazzdrummer Chryster Aerts en bassist Vincent Noiret creëren ze een wondermooi klankenweefsel. De Armeense dudukspeler Vardan Hovanissian voegt hier de nodige melancholie aan toe met als eerste resultaat het intrigerende album Dunes (2008). Goed nieuws is dat de nieuwe cd Chemsi nog beter klinkt dankzij een gevarieerder klankpalet en pittiger ritmes. Chemsi overtuigt echter in de eerste plaats door de bezieling waarmee de muzikanten zich deze keer tot de luisteraar richten. De ud en de piano bieden een stevig fundament. Drie gastmuzikanten leveren een onmiskenbare meerwaarde. De ney van Houssem Ben El Khadi fungeert als welkome aanvulling op de duduk, het zijn deze twee instrumenten waaruit de warmste, weemoedige melodieën tevoorschijn getoverd worden. De complexe ritmes die Indiër Prabhu Edouard op de tabla produceert dagen de andere muzikanten uit tot verrassende wendingen. De passie is gereserveerd voor de viool van de ongelooflijke Tcha Limberger. Wat een talent! Gypsy jazz, Hongaarse zigeunermuziek, Balkan, we wisten al dat hij het allemaal in de vingers heeft, maar dat hij ook in het bijzondere crossover verhaal van Hijaz zo sterk uit de hoek zou komen, had ik niet durven dromen.

Opener ‘Hems’ gaat met een geheimzinnige fluistering van start en groeit via een knappe opbouw en mooie melodie langzaam naar een voorzichtige climax. Wel heel jazzy! In ‘Sidi Bou Said’ schept elke muzikant zijn eigen sfeer in een Oriëntaals ‘latin’ bedje, waarvoor de piano van Niko Deman borg staat. De ingewikkelde ritmiek van ‘Leaving Adana’ is verrassend genoeg niet afkomstig van de tabla. Het is Azzedine Jazouli die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de moeilijke ritmische constructie. Wanneer naar het einde toe even een zekere mate van oeverloosheid om de hoek loert, duikt Tcha Limberger plots op met zijn viool en voegt een dikke brok doorleefde emotie toe aan deze voor de rest nogal bestudeerde compositie. Ook tijdens het epische ‘Ila Sadiqui’ (over vriendschap) is het dezelfde Tcha die voor de zinderende apotheose zorgt in het laatste snelle deeltje. Bij ‘Hafla’ roept de pianostijl vage echo’s op van Maurice El Medioni. ‘Meltemia’ betekent voor de Grieken zoiets als de ‘Mistral’ voor de Fransen. De wind waait je letterlijk tegemoet in dit mysterieuze stuk muziek, waarbij de glansrol ditmaal toekomt aan Vardan Hovanissian met zijn duduk. Een troef van Hijaz is dat alle muzikanten evenwichtig aan bod komen, niemand domineert of laat gratuite kunstjes zien, alles staat ten dienste van het geheel. Het slotnummer Chemsi vat wat dat betreft mooi samen waar Hijaz voor staat! De albums van Hijaz zijn niet geschikt om eventjes snel te beluisteren. Ook kan je er moeilijk een feestje op bouwen. Het best komt deze muziek tot zijn recht tijdens een intensieve luisterbeurt, liefst in de zetel met de ogen toe, op reis vertrekken met je hoofd, iets dergelijks…



'Doverie' / Zongora

Doverie is het sterke debuut van Zongora. In het Brusselse worden ze sinds enkele jaren beschouwd als de opwindendste Balkanband. Toch heeft de muziek waarmee Brusselaars Nicolas Hauzeur (viool) en Benjamin Clement (gitaar) al sinds eind jaren 90 aan de weg timmeren niets te maken met de trendy Balkan gekte die de laatste jaren overal de kop op steekt. Hun unieke sound is het resultaat van de inspiratie die zij opdeden tijdens talloze muzikale reizen en ontmoetingen met muzikanten zowel in Brussel als Oost-Europa. Op dit moment bestaat Zongora verder uit de Roemeen Relu Merisan (cimbalom), de Bulgaren Mladen Mladenov (klarinet) en Niki Alexandrow (drums) en de Argentijn Javier Breton (bass). De kruisbestuiving tussen deze muzikanten met heel verschillende culturele achtergronden maakt van Zongora een ensemble met een nieuw geluid. Op Doverie horen we geen aaneenschakeling van populaire, traditionele Balkandeuntjes, waarmee zoveel groepjes ons vandaag overspoelen. Hier is volop ruimte voor muzikale experimenten en improvisaties. Toegankelijk en feestelijk maar geen hapklare brokken muziek. De cd vereist meerdere luisterbeurten omwille van de grote onvoorspelbaarheid. Bij een eerste kennismaking komen sommige overgangen nogal bruusk aangewaaid en lijkt het alsof de samenhang erdoor verstoord wordt. Dit is vooral het geval bij de Bulgaarse stukken zoals opener ‘Gralvsko i shopsko’, ‘Mladena’ en ‘Severniashko’. Aan die hectische nummers moest ik in het begin even wennen. ‘Hora de Lala’, ‘Iarna La Beica’ en ‘Bihor et Bidirel’ slaan wel dadelijk aan, dankzij de aanstekelijke Roemeense swing waarin de cimbalom een prominente rol opeist. Dit geldt eveneens voor het prachtige ‘Neden Geldim’, gebaseerd op een weemoedige Turkse melodie. Duidelijk is alvast dat je voor de bekende Balkanhits tevergeefs zal aankloppen bij Zongora. Uitzondering vormt de Macedonische klassieker ‘Hajde Jano’, die hier via een knappe improvisatie op klarinet uitmondt in een Turks/Griekse melodie. ‘Familia’ is een typisch melancholisch Romaliedje, passioneel gezongen door klarinettist Mladen Mladenov. Doverie betekent zoveel als er samen in geloven en er vervolgens voor gaan. Met dit debuut presenteert Zongora de luisteraar alvast een rijk visitekaartje!

Sirba (de la suite)

 


'Dougna' / Sayon Bamba

Met haar vorige album Mod'Vakance was Sayon Bamba voor mij zo een beetje dé ontdekking van 2008. Die cd is namelijk een echt pareltje, vooral dankzij de sterke zang, melodieuze songs en heel originele arrangementen met o.a. mandoline, Bretonse doedelzak en Spaanse gitaar. Via een omweg langs Marseille strandde Sayon ondertussen in Brussel en ze heeft eindelijk een opvolger klaar. Met ‘Dougna’ zet zij een stap vooruit, maar ik moet bekennen dat er enkele luisterbeurten nodig waren voordat ik de rijkdom van dit nieuwe album naar waarde kon schatten. De toon is bijvoorbeeld totaal anders. Terwijl Mod’ Vakance vrolijkheid en optimisme uitstraalde zien we deze keer een Sayon die ons op de hoesfoto kwaad aankijkt. En die verontwaardiging heeft ook haar weerslag op de teksten van de meeste songs. ‘Mogho magni’ is een aanklacht tegen het gebrek aan wilskracht van de mens om onrecht kordaat te bestrijden. Geen vanzelfsprekende opener, deze op het eerste zicht eerder onopvallende song. Ingebed in subtiele elektronica ontwaren we in melodie en ritme echo’s van de Wassoulou stijl zoals we die kennen van Oumou Sangare. De sterke titelsong 'Dougna' (zie videoclip) focust op kinderen die aan hun lot overgelaten worden. Na 'Baba' (zie videoclip), een traditionelere deun, volgt de klepper 'l’excisée' (zie videoclip), een messcherpe aanklacht tegen vrouwenbesnijdenis. 'Aborongo', 'Punkyo' en vooral 'Nin’ka' swingen lekker de pan uit. Hopelijk mag Sayon met dergelijke zomerse deuntjes het aankomende festivalseizoen opfleuren. ‘Betty’ meandert op een sensueel r&b ritme terwijl 'Kilimandjaro' van Miriam Makeba vokaal in een Zap Mama kleedje gestoken werd. ‘N’gawobé’ is opgevat als vertelling en verrast door het vindingrijke arrangement en de versnelde trancemodus op het eind terwijl de reggae van 'Bananiya' ondanks de aanwezigheid van een storend drukke ‘animateur’ best te pruimen valt. De twee hoogtepunten voor mij persoonlijk zijn ‘Bévazou Pobè', een frisse Afrikaanse popsong die uitmondt in zwoele ‘latin’ en vooral ‘L’amour c’est show’, de beste song van Sayon tout-court met die onweerstaanbare sound (o.a. het sprankelende gitaarwerk) helemaal in de traditie van de grote orkesten à la Bembeya Jazz of jawel, Les Amazones de Guinée, de groep waarmee Sayon ooit debuteerde. Sayon bamba zet zichzelf kortom op de kaart als een unieke, eigenzinnige artieste die met haar muziek een rijk palet aan genres aansnijdt en daarbij vooral geen schrik heeft om heikele thema’s aan te kaarten.



Voor meer wereldmuziektips kan je terecht op mijn persoonlijke blog Karla's wereldmuziek

Geen opmerkingen :