dinsdag 27 september 2011

Gelezen: 'Het lot van Nora Lindell' van Hannah Pittard


'Houd toch eens op over de Lindells,' zo besluit de moeder van een van de mannelijke hoofdpersonages uit Het Lot van Nora Lindell op een bepaald ogenblik het telefoongesprek met haar zoon. En dan volgt deze alinea:

En we hielden op. Tenminste, we deden erg ons best. We hingen op. We zorgden voor onze eigen huilende baby's. We susten onze vrouwen. Maar 's nachts, 's nachts lagen we wakker, met de luiken dicht en onze ogen wijd open, en de ademhaling van onze gezinnen als een constante zoem naast ons. We lagen wakker en vroegen ons weer helemaal opnieuw af hoe het zat met Nora en haar vreemde zusje.
Dergelijke in melancholie gedrenkte zinnen zijn schering en inslag in het boek, het debuut van de jonge Hannah Pittard. Het verhaal heeft eigenlijk weinig om het lijf: in een klein stadje zoals het Amerikaanse binnenland er dertien in elk dozijn telt, verdwijnt op de avond van Halloween de zestienjarige Nora Lindell. Ze komt nooit meer terug, er wordt nooit meer iets van haar gehoord, haar lijk wordt niet gevonden. Nora is weg en dat is dat.

Maar hoe dun het verhaal is, zo dik wordt de sfeer aangezet. Want toen ze verdween waren ook de jongens die met Nora waren opgegroeid zestien, balancerend op de grens tussen de onschuld van hun kindertijd en een volwassen leven dat nog moest beginnen. De verdwijning die niet opgelost raakt, slaat een gat in hun gevoelswereld dat nooit meer opgevuld raakt. Ze groeien op, maar een deel van hen zal altijd zestien blijven, hunkerend naar de mythische Nora Lindell.

De jongens verzinnen verhalen over wat er met Nora gebeurd zou kunnen zijn, welke avonturen ze in de wijde wereld beleeft terwijl voor hen het leven in hun saaie stadje gewoon doorgaat. En dat contrast is mooi om te lezen, het maakt de tristesse die in de vriendengroep leeft concreet. Nora Lindell is als het ware de naam die plakt op het gemis dat ze allemaal aan hun burgermannenbestaan voelen knagen, een parabelfiguur voor pubers die maar niet volwassen kunnen worden.

Pittard heeft trouwens nog wat trucjes in handen om die mijmerende sfeer van lost boys te versterken. Het wij-perspectief bijvoorbeeld, dat ze ging lenen bij die andere weemoedklassieker, The virgin suicides. Het verhaal wordt verteld door alle jongens samen en geen van hen in het bijzonder - niet eenvoudig om dat geloofwaardig vol te houden, maar het lukt de jonge schrijfster wel. Ook slaagt ze erin heden, verleden en toekomst naadloos door elkaar te gebruiken zonder dat het ooit verwarrend wordt.

Het resultaat is een fijne flou artistique die over het boek heen ligt. De personages zijn tegelijk jongetjes en vaders, tegelijk vertellers en randfiguren. Hun verhaal is een vage optelsom van roddels, speculaties en herinneringen, gelukkig nooit te zwaarmoedig. En als lezer drijf je mee, tot er aan het einde dan toch nog een soort van loutering komt in een schitterende slotzin die we u niet willen onthouden:

En het wordt niet duidelijker dan dit: dit - dit, overal om ons heen - is ons leven.

Geen opmerkingen :