woensdag 14 januari 2009

Gelezen: 'met fluwelen pootjes' van Vicki Myron



Zonet las ik het boek met fluwelen pootjes : hoe een bibliotheekkat de harten van de hele wereld veroverde. Toen ik dit boek toevallig zag liggen in een boekhandel, moest ik eventjes lachen bij mezelf. Een boek over een bibliothecaris en een kat? Dat moet speciaal voor mij, bibliothecaris en kattenliefhebster, geschreven zijn (thuis lopen namelijk 4 poezen rond!).
Toch waren de verwachtingen bij de start niet erg hooggespannen. Op het eerste zicht oogt de omslag met korte inhoud namelijk nogal melig, ik was dus voorbereid op een typisch sentimenteel ‘waargebeurd verhaal’ met veel overdrijvingen op zijn Amerikaans, wat flauwtjes geschreven enz. Dit vooroordeel klopt wel gedeeltelijk. Het verhaal gaat over een klein poesje dat op een koude winternacht in de ‘brievenbus’ van een kleine bibliotheek in het Amerikaanse stadje Spencer (Iowa) verzeild geraakt. De bibliothecaris vindt het verkleumde katertje de volgende ochtend en na veel vijven en zessen (overleg met personeel en bibliotheekbestuur) besluit ze het katje te adopteren namens de bib. Vervolgens blijft ‘Dewey’ (genoemd naar een oud classificatiesysteem) 19 jaar rondlopen in de bib en bepaalt er als het ware het hele reilen en zeilen. De bib groeit er uit tot een ontmoetingsplaats dankzij deze zeer intelligente en lieve kater, die niet alleen het hart van de meeste inwoners verovert, maar ook veel nieuwe bezoekers uit de regio aantrekt. Een klein plaatselijk persartikel brengt vervolgens een hele mediacarrousel in gang, met als apotheose het bezoek van een Japanse televisieploeg . Het aangename van dit boek is dat het niet alleen over de kat gaat, maar dat je ook veel te weten komt over het leven in een klein Amerikaans stadje in één van de belangrijkste landbouwgebieden ter wereld: de ‘great plains’ (graanschuur). De economische en sociale gevolgen van de grootschalige aanpak van de landbouw, het sociale leven en de rolpatronen in een kleine gemeenschap, de manier waarop een bibliotheek gerund wordt en welke opleiding een bibliothecaris er moet volgen: het komt allemaal aan bod en dat maakt het boek interessant. Ik zou dit boek nooit gelezen hebben als het niet over een bibliotheek en een kat ging, maar uiteindelijk zijn het precies dit kattenverhaal en de persoonlijke problemen (o.a. relatieproblemen en ziekte) van de schrijfster/bibliothecaris die het boek wat sentimenteel en triviaal maken. Het is dus zeker geen literair hoogtepunt, maar een aanrader voor alle poezenliefhebbers die ook van bibliotheken houden en ik moet bekennen dat ik op het eind toch een traantje moest wegpinken.

Geen opmerkingen :